Thema’s

Als we spreken over holebi’s en transgenders verwijzen we naar de doelgroep. Als we spreken over genderidentiteit of seksuele identiteit verwijzen we naar de inviduele beleving. Als we spreken over gender en seksuele oriëntatie verwijzen we naar de maatschappelijk-culturele invulling.

Doelgroep:

  • Holebi: Afkorting voor homo’s, lesbiennes & biseksuelen.
  • Transgender: Overkoepelende term voor travestie, transgenderisme, transseksualiteit en alle andere vormen van gendervariantie. Genderidentiteit ligt niet in de lijn van het geboortegeslacht.
  • Cisgender: Ligt de genderidentiteit wel in de lijn van het geboortegeslacht, dan spreken we van cisgender: dan voel je je bijvoorbeeld man in je mannenlichaam.

 

Thematiek

  • Gender: Letterlijk ‘geslacht’. Maar wordt gebruikt om te verwijzen naar de culturele en sociale invullingen van mannelijkheid en vrouwelijkheid.
  • Genderidentiteit: de innerlijk beleefde manier van vrouwelijkheid en/of mannelijkheid. Genderidentiteit gaat over je innerlijke gevoel. Voel je je jongen, meisje, beide of geen van beide? Bij de meeste mensen valt dit samen met hun sekse of biologisch geslacht. Maar niet bij iedereen.
  • Genderexpressie: het uiten van het innerlijk beleefde gendergevoel, via taal, kleding, gedrag, haartooi enzovoort.
  • Seksuele oriëntatie: Seksuele voorkeur of (seksuele) geaardheid: romantische en/of seksuele aantrekking. bvb biseksualiteit, homoseksualiteit.
  • Seksuele identiteit: verwijst naar die aspecten van je identiteit waarin mensen kunnen verschillen op het vlak van sekse en gender. Deze verschillen hebben te maken met je biologisch geslacht, je genderidentiteit, je genderexpressies en -rollen, en je seksuele voorkeur. Het is de mix van deze verschillende aspecten die jouw persoonlijke en unieke seksuele identiteit bepaalt.